En dan lees ik in het Grote Boek een zin van Bill: “Een aangeschoten alcoholist is een onaantrekkelijk schepsel.” En eerlijk is eerlijk… daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Je bent natuurlijk helemaal niet ineens leuker als je te veel hebt gedronken. Sterker nog, als ik terugkijk denk ik soms: was dit nou echt de beste versie van mezelf? Vervolgens blijf ik toch met een vraag zitten: wanneer ben je eigenlijk een alcoholist? Als ik het verhaal van Bill lees en het vergelijk met de verhalen van een aantal vrouwen tijdens mijn opname, vind ik het soms bijna niet te begrijpen. Het ’s ochtends al beginnen met drinken, wijn verstopten in een theebeker, zodat het niet opvalt. Dit vind ik echt een ver-van-mijn-bed-show en dan denk ik: 'maar ik deed dat helemaal niet.'. Ik dronk niet ’s ochtends, ik verstopte geen wijn in een theebeker en ik kon prima een dag werken zonder alcohol. Dus… ben ik dan wel een alcoholist?
Dat is blijkbaar precies waar mijn hoofd naartoe gaat als ik mezelf ga vergelijken met anderen. Alsof er ergens een soort checklist bestaat en je pas echt een alcoholist bent als je aan bepaalde voorwaarden voldoet, maar mijn verhaal hoeft niet hetzelfde te zijn als dat van Bill of van anderen die ik tijdens mijn opname heb ontmoet. Ik hoef natuurlijk niet het meest extreme verhaal te hebben om te kunnen erkennen dat Wijn bij mij een probleem was geworden. Ik weet inmiddels gewoon dat ik meerdere keren wilde stoppen en dat dat niet lukte. Dat ik wijn gebruikte om dingen lichter, leuker of makkelijker te maken en dat ik nu ontdek hoeveel ruimte er ontstaat als Wijn er niet meer tussen zit. Is het dan nodig om te weten of je een alcoholist bent of niet? Ik weet in ieder geval dat ik niet meer terug wil naar hoe het was.
En dan ligt er vandaag ineens een envelop op de mat, zo’n momentje waarop ik even stil word. Een lief kaartje, met een bedeltje erbij: een olifantje. De boodschap erbij vond ik minstens even mooi als het bedeltje zelf. Dat iemand mijn blog volgt, met me meeleeft en mij eraan herinnert dat ik sterker ben dan ik misschien zelf soms denk. En dan die vergelijking met olifanten… dat ze sterk zijn, maar ook echte kuddedieren (de vrouwtjesolifanten)... je bent niet alleen. Dat komt dan toch wel weer even binnen, want ik ben de afgelopen weken natuurlijk vooral heel erg met mezelf bezig geweest; met mijn patronen, mijn gedachten, mijn zucht, mijn herstel. Ondertussen ontdek ik steeds meer hoeveel lieve mensen er om mij heen staan, familie en vrienden die op hun eigen manier een stukje met mij meelopen. Mijn armband begint een mooie verzameling van herinneringen te worden. Ieder bedeltje heeft zijn eigen verhaal; het hartje van het begin, de wereldbol, en nu dit olifantje, als kleine herinnering aan kracht en aan het feit dat ik het niet alleen hoef te doen.
Reactie plaatsen
Reacties