Deze plaat laat het verschil zien tussen verslavingsgedrag en herstelgedrag. Links staan patronen die je tijdens een verslaving kunt ontwikkelen of in stand kunt houden. Rechts staan manieren om daar stap voor stap ander gedrag tegenover te zetten.

Bij verslavingsgedrag zie je bijvoorbeeld ontkennen, vermijden, isoleren, impulsief handelen, controle willen houden, liegen, jezelf verwaarlozen, minimaliseren en vluchten in middelen of gedrag. Veel van deze dingen herken ik niet alleen uit de periode waarin ik dronk, maar ook in mijn gedrag daaromheen.

Herstelgedrag betekent niet dat je deze patronen van de ene op de andere dag kunt uitzetten. Het betekent vooral dat je ze leert herkennen en probeert er steeds bewuster iets anders tegenover te zetten.